Wezenlijk voor een goede samenwerking binnen de Pieter Zandt scholengemeenschap is dat alle betrokkenen aanvaarden dat de Bijbel het onfeilbare en gezaghebbende Woord van God is. In onze geloofsleer willen we alleen de Heilige Schrift naspreken en we willen ons leven, en ook ons onderwijs, inrichten naar Bijbelse maatstaven. Daarom houden wij binnen onze school onszelf en onze leerlingen, zowel in het samen leven als ook in het leren, voor: Die op het Woord verstandiglijk let, zal het goede vinden en die op de HEERE vertrouwt, is welgelukzalig(Spreuken 16: 20). Met de Bijbel belijden we een Drie-enig God: de almachtige Vader, Schepper van de hemel en de aarde en Jezus Christus, Gods Zoon, de opgestane Verlosser, en de Heilige Geest, Die levend maakt.
De Schrift wijst ons, gevallen zondaren, de weg tot behoud, namelijk door het geloof in Jezus Christus, Gods Zoon. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven. Dat is een blijde, maar ook ernstige boodschap: Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet(1 Johannes 5: 12). Alleen in Hem is, langs de weg van wedergeboorte, geloof en bekering, ware rust en vrede te vinden. Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave (Efeze 2: 8).
Het geloof zonder de werken is echter nutteloos. Geloven gaat volgens de Bijbel altijd gepaard met goed doen. Het is een voorrecht en plicht om daarbij in verwarrende tijden van zelfzucht en normvervaging het kompas van Gods Woord te gebruiken: Hij heeft u bekend gemaakt, o mens! wat goed is; en wat eist de HEERE van u, dan recht te doen, en weldadigheid lief te hebben, en ootmoediglijk te wandelen met uw God(Micha 6: 8). Jezus, de grote Profeet, wijst ons daarin de weg: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven(Lukas 10: 27).
Dit liefdesgebod is een kernachtige samenvatting van de 10 geboden die ook voor onze school van blijvende betekenis zijn. God vraagt van ons Hem als enige God lief te hebben, te gehoorzamen, te vertrouwen en Hem overeenkomstig Zijn Woord te dienen. Zijn Naam verdient alle lof en eer.
De zondag, de dag van de opstanding van Christus, eerbiedigen en vieren we als een geschenk van God om in het bijzonder op die dag de verkondiging van Zijn Woord te horen, en ook om naar lichaam en geest tot rust te komen.
Het eerbiedigen van gezagsverhoudingen binnen en buiten de school zien we als opdracht van God, waaraan Hij Zijn zegen verbindt. Zowel het uitoefenen van gezag als het aanvaarden ervan vraagt een houding van liefde, geduld en respect.
We staan voor een veilige omgeving en wijzen elke vorm van agressie en geweld af. We bevorderen het welzijn van een ieder, schepsel van God, ongeacht herkomst, huidskleur of seksuele geaardheid.
We belijden met de Bijbel dat het huwelijk een onverbrekelijke verbintenis is tussen een man en een vrouw. Deze relatie vormt de veilige en duurzame basis voor zorg en seksualiteit, van waaruit kinderen geboren kunnen worden. We benaderen elkaar met zuivere bedoelingen en gedragen ons ook in seksueel opzicht eerbaar.
De schepping is door God aan ons als rentmeesters toevertrouwd. Daarom respecteren we Zijn eigendom en dat van onze medemens en gaan er zorgvuldig mee om.
Betrouwbaarheid is een voorwaarde voor een goede relatie. We spreken daarom eerlijk met elkaar en hebben het welzijn van de ander op het oog.
Onze diepste verlangens kunnen alleen door God vervuld worden. Daarom mag ons leven niet in het teken staan van hebzucht en materialisme, maar dient doortrokken te zijn met de liefde tot God en onze naaste.
In het naleven van bovenstaande geboden schieten we allen tekort. Dat maakt bescheiden en behoedt ons voor het veroordelen van onze naaste. We moeten het allemaal van genade hebben.
We zijn niet de eersten die de Bijbel lezen en vertolken, maar we weten ons verbonden met de christenen van alle tijden. Daarom is het belijden van de vroege kerk (de apostolische geloofsbelijdenis, de geloofsbelijdenis van Nicea en de geloofsbelijdenis van Athanasius) en het belijden van de kerk van de Reformatie (de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels) voor ons normatief in het verstaan van de Bijbel.
Dit is de basis van richtinggevende waarden: Voorts, broeders (en zusters), al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve (Filippensen 4: 8). Aan deze eis kunnen we uit onszelf niet voldoen: Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik(Romeinen 7:19). Gode zij dank is er verlossing in de Heere Jezus Christus, waarbij door de werking van de Heilige Geest in het leven van mensen geloof en vruchten zichtbaar worden.
Vanuit onze visie op vorming heeft de Pieter Zandt de keus gemaakt voor een aantal kernwaarden die leidend zijn binnen ons onderwijs, voor leerlingen én personeelsleden. De basis van onze kernwaarden is gelegen in de liefde, die de basis is van alle Bijbelse richtlijnen. Passend gedrag vanuit onze kernwaarden mag natuurlijk geen theorie blijven. In de praktijk van elke schooldag moet namelijk uit ons aller gedrag blijken dat de Bijbel gezag heeft en dat we leven vanuit waarden die opkomen uit Gods geboden en die op een volmaakte wijze zichtbaar zijn in het leven van de Heere Jezus.
In de statuten van de Stichting voor christelijk onderwijs op reformatorische grondslag is onze houding tegenover Schrift en belijdenis in Artikel 2, lid 1 en 2 kernachtig weergegeven.
Grondslag en doel
Artikel 2
1. De Stichting belijdt en aanvaardt de Heilige Schrift, zijnde het onfeilbaar Woord van God, als enige grondslag voor leer en leven. Zij onderschrijft daarbij de Drie Formulieren van Enigheid (de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels), zoals deze zijn vastgesteld door de Nationale Synode, gehouden te Dordrecht in de jaren zestienhonderdachttien en (1618) en zestienhonderdnegentien (1619), als op de Heilige Schrift gegrond.
2. De Stichting en de van haar uitgaande scho(o)l(en)(gemeenschap(pen) maken gebruik van de getrouwe overzetting van de Heilige Schrift uit de oorspronkelijke talen in de Nederlandse taal volgens het besluit van de in het eerste lid genoemde Nationale Synode en de psalmberijming van zeventienhonderddriënzeventig (1773).